September 2010

Een rijzende ster, is nu al in Amsterdam te zien bij Zinger Presents: Ruth Ewan (1980, Aberdeen).

Ewan verzamelt liederen en leuzen uit de protest-geschiedenis zou je kunnen zeggen. Door activistische en idealistische teksten die gebruikt zijn tijdens allerlei soorten protestacties, in de tegenwoordige tijd te plaatsen, creëert de kunstenaar ruimte voor nieuwe, persoonlijke interpretaties. Originele betekenissen vallen weg of krijgen een andere lading, hetgeen wat overeind blijft staan stelt nieuwe hedendaagse vragen.

Veel van de protestleuzen en liederen zijn altijd onder de mensen gebleven en nooit officieel gedrukt of gedocumenteerd. Het verzamelen door Ewan van deze politieke en historische uitingen is daardoor in zekere zin ook een activistische daad. Wat jaren van persoon tot persoon is overgebracht wordt via performances, video, radio-uitzendingen en drukwerk door Ruth Ewan voor het eerst publiek gemaakt. Zoals zij zelf zegt, het consumeren van de leuzen via de kunstwerken door de kijker en luisteraar ìs een vorm van activisme.

In de serie Dreadnoughts zijn op verschillende prints, slogans overgenomen van bekende leuzen die tussen 1930-1950 zijn toegepast in protestacties voor bijvoorbeeld de rechten van de vrouw, antifascisme en de rechten van het kind. Voor het drukken is gebruik gemaakt van de letterpers, in de tijd van deze leuzen werd de letterpers gebruikt voor de massaverspreiding door protestgroepen. Dit geeft een interessante kijk op de hedendaagse verspreiding van idealen.

De titel van de serie is afgeleid van een radicale Engelse krant Workers’ Dreadnought (1917) waarvan de oprichtster gevangen werd gezet.

Tot 16 oktober is bij Zinger Presents (Gerard Doustraat) de tentoonstelling Mexico City te zien, met onder andere bovenstaand en ander werk van Ruth Ewan. Al eerder schudde zij de kunstwereld op met Squeezebox Jukebox in de Tate Brittain waarbij de grootste accordeon ter wereld (meer dan 2 meter hoog) dagelijks bespeeld werd en zo protestliederen liet horen uit haar oneindige A Jukebox of People trying to Change the World (2009). In de New Museum in New York konden bezoekers zelf hun protestkeuze maken en beluisteren via een jukebox. In oktober 2007 lieten 100 straatmuzikanten verspreid over Londen tijdens ‘de spits’ allen eenzelfde protest-song uit 1964 horen, Did you kiss the foot that kicked you?, een subtiele performance (ook te koop als editie, klik hier).

Lees en bekijk meer over Ruth Ewan

{ 0 comments }

De jaarlijkse Open Dagen van de Rijksacademie in Amsterdam (medio november) zijn elk jaar weer goed voor een aantal serieuze debutanten. In 2006-2007 maakte Micha Patiniott (1972, Amsterdam) grote indruk op de samengedromde talentenscouts: galeriehouders, curatoren, verzamelaars, museumdirecteuren en critici. Als boegbeeld van een nieuwe generatie schilders werd Patiniott likkebaardend omarmd, weg van de nageschilderde foto’s terug naar de verbeelding. Zijn cartooneske doeken hebben een onderzoekende licht absurdistische toon die vreemd en erg raak is. Dat het dan snel kan gaan dat blijkt – 3 jaar later heeft hij al zijn eerste museale solo. In het Gemeentemuseum Schiedam zijn nu zo’n 50 schilderijen en gouaches te zien. Wel opschieten want aanstaande zondag 3 oktober is het al de laatste dag van zijn tentoonstelling Unisono 22.

Speciaal voor We Like Art maakte Patiniott deze fraaie gouache Body of Work. Het is een nogal vrij nabeeld van de beroemde Ongelovige Thomas van Caravaggio. De cru tastende vinger onderzoekt hier niet de wond van Christus maar een stapel persoonlijke aantekeningen – zo lijkt het. Terwijl de hand van een ander aanspoort of juist weerhoudt… Een heerlijk speels en raadselachtig werk. Wat wordt hier eigenlijk onderzocht en betast? Zoals vaak bij Patiniott raken voorwerpen makkelijk en vanzelfsprekend bezield. Een jungle-shirt, het vel van een bass-drum, een lekkende Bic-pen of een bevlekte schilderslap.

Het werk doet een beetje denken aan sommige Mad-cartoons, lekker vet en raar. Van het type ijzersterke ‘stomme’ schilderijen. Eenmaal gezien krijg je ze niet meer uit je hoofd. Gek genoeg is het verrassend mat en schraal geschilderd. Virtuoos en secuur, met kleine kwaststreekjes in typische pastelkleuren. Vergis je niet – hoewel het geen monumentale doeken en gouaches zijn domineren ze met gemak de ruimte. Check deze serie werken op de site van de kunstenaar.

Tegelijk met de tentoonstelling verschijnt de catalogus Curiously Human. Het boek is te koop in de museumwinkel voor € 22,50.

Lees en bekijk meer over Micha Patiniott

{ 1 comment }

Ina van Zyl (1971, Ceres, Zuid Afrika) maakt zinnelijke schilderijen. Bloedmooi en stroef tegelijk. Als zinderende paneeltjes knallen haar doeken van de wand. De meeste schilders zijn bang voor bruin, Van Zyl kan er virtuoos mee overweg. Als je een aantal doeken bij elkaar ziet, dan valt op dat haar schilderspalet bestaat uit een grote hoeveelheid broeierige bruinen vaak uitgespeeld met een contrasterend roze of blauw. Ze vertelt er over in onderstaande video.

Wat schildert ze? Ze zoomt in op een blauwe zwembroekslip die zicht biedt op een ferme bobbel, een glanzend rode appel waar een hap uit genomen wordt, een rafelig gerand kraagje aan een kutje, een stilleven van teennagels als een 17e eeuws zeegevecht, een zijaanzicht van een vertederend tepeldopje op een meisjesborst; het zijn onderwerpen die een schrijver als Jan Wolkers of John Updike verdienen. Want het is de typische ‘stofuitdrukking’ in haar werk die aandacht verdient. Het bollende  glimmende cellofaan van ingepakte supermarktappels roept associaties op met flink doorbloede zwellichamen. Een straf uitgevoerde Full Brazilian biedt zicht op een – als porselein glanzende – groene venusheuvel. Alles lijkt voort te komen uit tastzin, genot, schaamteloosheid en schaamte tegelijk.

De verf wordt vermengd met veel olie – tijdens het doorwerken aan een doek schildert Van Zyl de natte onderlaag soms stuk en onstaan rulle opengetrokken plekken, rimpels en klonters verf. Wat dan weer haaks staat op de eerste indruk die je bij haar werk hebt. Het is die stroeve onderlaag waar je als kijker moeilijk de vinger op legt. Ook heeft het iets ongemakkelijks om je verlustigen aan het verfgebruik terwijl je met je neus op centimeters van zulke intieme voorstellingen staat. De abstracte kwaliteit benoemen van een driehoekig strookje schaamhaar van Pruisisch Blauw in een verder omberkleurige schoot voelt dan wat onnozel aan.

Hier tonen we 2 (ingelijste) tekeningen van Van Zyl die relatief gunstig geprijsd zijn, One Nail en Honger Meisie. Check ook de video (uit 2008) van haar atelier, het is in één shot genomen, de muziek is Zuid-Afrikaans.

Over de kunstenaar:

Ina van Zyl deelt haar Zuid Afrikaanse roots met Marlene Dumas, die haar regelmatig in haar atelier opzocht in 1996-1998 als één van de begeleiders op de Ateliers in Amsterdam. Van Zyl werd al snel opgepikt door galerie de Expeditie die ze na een aantal jaren verruilde voor galerie Onrust, beide in Amsterdam, beide gevestigde namen en hofleverancier van de grote (museale) collecties. Ze grossiert in schilderprijzen, eerder al won ze de Buning Brongersprijs, de Koninklijke Prijs voor de Schilderkunst, de Jeanne Oostingprijs en onlangs de Wim Izaksprijs. Valt er nog wat te winnen voor Van Zyl? Nee eigenlijk niet. Gek genoeg kennen we in Nederland vrijwel geen prijzen voor kunstenaars ouder dan 35 jaar. Zelfs de Prix de Rome mikt op jonge frisse kunstenaars nog voor hun mid-career fase. Gelukkig heeft Van Zyl over museale erkenning niet te klagen, ze soleerde eerder al in het Dordrechts Museum, deed mee met de tekeningen tentoonstelling Drawing Typologies in het Stedelijk Museum in Amsterdam (toenmalig directeur van Tuyl kocht er vier aan) en heeft nu een fraaie solo: Schaamstukken in het Gemeentemuseum in Den Haag. Nog tot en met 21 november 2010, gaat dat zien!

Lees en bekijk meer over Ina van Zyl

{ 1 comment }

Schilderijen die beklijven, op je netvlies blijven hangen, die zien we graag. Hier is weer zo’n pareltje. Annemiek Vera (1981, Utrecht) maakt ze vaker. De enorme werken op papier van een aantal jaren geleden maakten veel indruk. Met tanks, paarden en allerlei figuren in zoete kleuren veroverde ze de galerieruimte (bijvoorbeeld de projectruimte van Gist Galerie in Brummen) met formaten ruim boven de twee meter. Maar ook de kleine doordringende portretten van haar hand zijn vaak bijzondere ontmoetingen, tegenwoordig meestal op doek trouwens.

Vera schildert mensen, karakters, uitdrukkingen, maar vooral emoties. Met de titel Hold on, lijkt de jonge vrouw moed en troost ingeboezemd te worden. In sommige andere werken van Vera is een lijden te voelen, maar hier heerst er een soort serene rust. Zoals een dier een plekje zoekt, heeft de vrouw zich getroost met zachtheid en warmte en lijkt in gedachten verzonken.

Zelf zegt ze hierover: “Ik kan enorm geraakt zijn door wat mensen meemaken, moeten doormaken of overkomen vanuit oncontroleerbare gebeurtenissen. Toch is het iets wat we niet snel aan elkaar laten zien of aan elkaar vertellen. We zijn allemaal mensen en dat betekent een lichaam hebben; liefhebben, pijn, schaamte, ziek zijn en ten slotte sterven. We kennen allemaal de gevoelens als pijn, eenzaamheid of afgescheidenheid, maar we zien het niet graag onder ogen.”

Momenteel is dit en ander werk van Annemiek Vera te zien bij Galerie Hot Prospects! in Utrecht, de tentoonstelling heet past – present – future en is nog tot en met 10 oktober te zien. Interessant initiatief overigens dat Hot Prospects! Op hun website valt te lezen dat ze per jaar drie beloftevolle kunstenaars (zoals bijvoorbeeld ook Martijn Schuppers) een platvorm bieden door middel van een grote overzichtstentoonstelling en een catalogus. Deze verkooptentoonstellingen worden georganiseerd op het landgoed ‘Leusderend’ te Leusden. Nu dus een overzicht van de afgelopen drie jaar onder de Domtoren…

Lees en bekijk meer over Annemiek Vera

{ 0 comments }

Job Koelewijn (Spakenburg, 1962) is zo’n kunstenaar met een cv van enige a4-tjes, de (internationale) museale presentaties rijgen zich aaneen. Momenteel is z’n werk te zien in Zürich, Almere, Shanghai en tweemaal in Amsterdam. In A’dam Noord op Beeld Hal Werk met een vermakelijk en beklemmend beeld, vier rolschermen omsluiten desgewenst de bezoeker, die na enige momenten in het donker vervolgens weer onthuld wordt. Meestal een beetje opgelaten en opgelucht. Wat blijkt? ‘Pavillion’ (1999) is een telefooncel-achtige bouwwerk voorzien van rolluiken die korte tijd helemaal dichtgaan. Twaalf lange seconden staat de bezoeker in het duister, tot de rolschermen weer kieren licht doorlaten. Het werk is een verwijzing naar een belangrijke gebeurtenis in het leven van Koelewijn. In 1983 kreeg hij een ernstig auto-ongeluk. Hij brak zijn nek, maar overleefde het. Sindsdien is de rechterzijde van zijn lichaam deels verlamd. Het ongeluk heeft hem bewuster gemaakt van de broosheid en de tijdelijkheid van het leven. (bron: Gerrit van den Hoven, Brabants Dagblad).

In het Stedelijk maakte Koelewijn een verre echo van Wim T. Schippers z’n Pindakaasvloer (1963/2010) die toevallig ook deze maand te zien is, bij Galerie Zinger Presents in de Pijp. Nursery Piece (2010) is een frêle vloertekening in blauw en groen zand met eucalyptusgeur op de pagina’s van Spinoza’s Ethica, een echte blikvanger. Door een optisch effect lijken de cirkels te draaien. Kennelijk is een eerdere versie al eens uitgewist getuige de catalogusfoto. Koelewijn werkte eerder met geurende materialen waaronder Driehoekzeep, bouillonblokjes en babypoeder.

Job Koelewijn heeft over een periode van 15 jaar een ruim aantal multiples gemaakt die hij in 2009 in een kabinet bij elkaar toonde, het Medicine Cabinet. Het zijn vaak speelse werken, waarin thema’s als zintuiglijkheid en literatuur terugkomen. Samen vormt het een mooie afspiegeling van Koelewijn’s diverse oeuvre.

Onze favoriet is het hier getoonde Poetry Lock, een rolmaat met daarop een laat gedicht van Samuel Beckett, What is the Word. Een mooi tastend en struikelend gedicht over de worsteling met het onvermogen om woorden te vinden om jezelf uit te drukken. Vrij vormgegeven naar Stanley. Check ook de body-warmer met speakers waarop 5 gedichten te horen zijn (á € 2.000, oplage 12).

Koelewijn vertelt in een mooi interview met Hans den Hartog Jager over zijn verslaving aan de energie van het maken van kunst. Of hem dat een aangenaam mens maakt is de (niet erg relevante) vraag.

‘(…) het is waarschijnlijk niet voor niets dat mijn assistenten om de twee jaar weglopen. Dan roep ik weer eens: “weten jullie wel dat het een grote eer is om voor mij te mogen werken, stelletje klootzakken!” De wrijving, het ongemak, stuwt me op.’

Wat me verbaast: dat je het zoveel over boosheid en kwaad en onmacht hebt, terwijl je werk zo zachtaardig en poëtisch is. Waarom zie ik die kwaadheid niet terug in je werk? ‘Dat is me te gemakkelijk. Met mijn werk wil ik een alternatief proberen te bieden. Joseph Brodsky heeft eens gezegd: “een groot kunstenaar geeft zijn publiek een uitweg.” Ik kan wel kunst maken over mijn ziekte, maar wat levert dat op? Ik wil liever de toeschouwer en mezelf op een hoger plan brengen…’

Zit daar ook troost in? ‘Nou troost… Als een werk goed is, dan is het een kruispunt van allerlei beladen ideeën en momenten. Ieder goed kunstwerk is een nieuw subliem, beladen moment in het universum. En die wil ik maken. Zo ambitieus ben ik wel.’

Lees en bekijk meer over Job Koelewijn

{ 5 comments }